Wordt deze nieuwsbrief niet goed weergegeven? Bekijk deze e-mail in je browser
#7
Mu.ZEERomestraat 11
8400 Oostende
muzee.be

Dagelijkse kunst


“All memory is part of life and of an history in movement and therefore of its omissions.” (V.Y. Mudimbe)
 
Wat als een kunstwerk pas een kunstwerk is als het herinneringen oproept? Dat impliceert een essentiële verwantschap tussen kunstenaar en kunstwerk – en hier verwijs ik naar Okwui Enwezor’s woorden in de catalogus van “Postwar: art between the Pacific and the Atlantic 1945-1965”. Kunnen we dit onderzoeken en dus de opvatting loslaten dat de kunstenaar een genie is? Misschien lukt dit door het maakproces te begrijpen als onlosmakelijk verbonden met lokale en specifieke contexten. Zoiets vraagt een betrokkenheid van musea, kunstwetenschappers en bezoekers van zowel tentoonstellingen als collectiepresentaties voor ‘lange geschiedenislijnen’. En vooral ook, het vergt meer dan een intentieverklaring om af te stappen van de zogenaamd grote verhalen (en genoegzaam vast te houden aan hiërarchieën) en te kijken naar de ontelbare verbindingen en onophoudelijke bewegingen tussen werelden (vlakbij en veraf). Okwui Enwezor spreekt in deze context de hoop uit dat zijn tentoonstelling te begrijpen is als “the site of making and unmaking, connecting the ceaseless points of movements of the cosmopolitans and the diasporic, the exiles and the displaced, the immigrants and the refugees.”
Dat is een brok theorie en een grote opdracht, maar het zijn de musea en de tentoonstellingen waar deze uitdagingen woorden aangegaan die ik graag wil bezoeken. Ze vragen tijd om te maken én te bezoeken, inclusief experimenten en mogelijke mislukkingen. Het is een opdracht van lange adem, maar musea zouden het traject kunnen opeisen. Want pas vanuit de uitwerking van deze museale uitgangspunten worden deelaspecten zoals diversiteit, participatie, communicatie, publiekswerking, verdere digitalisering en kennisdeling, en nog andere uiterst belangrijke en urgente aspecten, ook het ontwikkelen waard. Ze kunnen niet los van het gesprek over welke kunst, waarom, vanwaar en voor wie worden gezien.
 
Mu.ZEE zoekt en experimenteert al een aantal jaren op dit terrein, zowel op het vlak van collectievorming als bij het bedenken van tijdelijke tentoonstellingen en begeleidende informatie voor bezoekers. We willen hier graag, in samenwerking met vele partners én de museumbezoekers, verder en nog uitgebreider aan werken. Dat is niet altijd makkelijk, zeker wanneer een groot deel van de onzichtbare ijsberg, de structuur van het museum, voor een grote verandering staat. Deze blijft op dit moment voor het grote publiek ook nog eens zo goed als onzichtbaar. Het betreft de transitie van Mu.ZEE naar Vlaanderen: op 1 januari 2018 zal de provincie West-Vlaanderen zich in opdracht van de Vlaamse regering terugtrekken uit het gedeeld bestuur met de Stad Oostende van het museum en de vzw-structuur.
De provincie West-Vlaanderen heeft een lange, vooruitstrevende traditie met het verzamelen en zich engageren voor hedendaagse kunst en daar wordt nu een institutioneel eind aan gemaakt. Voor de interne werking van het museum komen daar ontelbare financiële, infrastructurele en managementaspecten bij kijken. Het zou te ver voeren om hier elk aspect in detail te bespreken.
Niettegenstaande deze vaststelling dienen enkele vragen te worden beantwoord: waar wil Mu.ZEE naartoe en wat heeft het daarvoor nodig? Hoe kan het zijn aanwezigheid en verankering lokaal en globaal verder verbeteren en nog uitbreiden? Het heeft in de eerste plaats de middelen en de ruimte nodig om het professionele en op experimenten gebaseerde beleid verder te kunnen zetten. Het gaat hier om mensen, de medewerkers die Mu.ZEE dagelijks mogelijk maken en die zorg dragen voor het onderhoud van de gebouwen, het behoud van de collecties, het wetenschappelijk
onderzoek dat buiten de lijnen wil denken, de gastvrije en op veiligheid gerichte, toegewijde werking.
Er is ook de collectie en vooral, het actieve verzamelbeleid, waarvoor we bekend staan – een constante van PMMK tot en met Mu.ZEE. In 2018 vieren we het tienjarig bestaan van Mu.ZEE. De verzameling is de kurk waarop het museum drijft en waar voldoende investeringssubsidies voor dienen te worden gereserveerd: het denken over de collectie, het engagement met kunstenaars bepaalt onze identiteit en toekomst. Recentelijk heeft Mu.ZEE als coproducent het nieuwe kunstwerk van Sammy Baloji op de Documenta in Athene mogelijk gemaakt, idem voor de video “Mahjouba” van Eric van Hove. De afgelopen maanden zijn onder meer kunstwerken van Otobong Nkanga, Kasper Bosmans, Hana Miletic, Maarten vanden Eynde, Saddie Choua en Pascale Marthine Tayou, allemaal kunstenaars die wonen en werken in België, aan de collectie toegevoegd.
Waar wil Mu.ZEE naartoe? Wat als een kleur nooit tweemaal dezelfde is? De tweede vraag maakt deel uit van het antwoord op de eerste. West-Vlaanderen heeft een museum voor moderne en hedendaagse kunst nodig, een museum waar vragen worden gesteld en voorstellen worden geformuleerd, van “Hunting and Collecting”, “Europese Spoken – Over de beeldvorming van Afrikaanse kunst in de twintigste eeuw”, “Frans Masereel en hedendaagse kunst: verzet in beelden” tot en met de Ensor en Spilliaert museumvleugel die zich deze zomer opent voor een ontmoeting over kleur met Richard Tuttle en het “Het Museum van de eigenzin”, een samenwerking met TAZ, Kaos, Villa Voortman, Museum Dr. Guislain en WanderArt over ‘outsider art’ (maar dan zonder het ‘hokjeswoord’ te gebruiken, want zijn het niet de insiders die bepalen wie de outsiders zijn).
Hiervoor en nog veel meer willen we in de toekomst graag samenwerken met het KMSKA, het museum voor schone kunsten te Antwerpen. Er is nu een belangrijk momentum om een verbreed museummodel in Vlaanderen te introduceren, collectie-onderdelen met elkaar te laten resoneren (transcultureel), een lange tijdslijn aan verbindingen te ontwikkelen (transhistorisch), naast synergie op alle mogelijke museale vlakken. Ik verdedig een idee van ‘partner-musea’, om samen een meerwaarde te creëren, het museum tussen binnen en buiten, het museum als ruimte om zelf keuzes te maken, als een veilige plek voor onveilige ideeën van kunstenaars. Kwame Akroma-Ampim Kusi Anthony Appiah verwoordt het met een duidelijke zin: “It matters little whom the work was made for; what we should learn from is the imagination that produced it”.
 

Phillip Van den Bossche
directeur Mu.ZEE, Oostende
 
Richard Tuttle,Light and Color, 14, 2016canvas, corrugated cardboard, acrylic medium and pigment, and nail 10-3/4 x 10-1/2 x 2" (27.3 x 26.7 x 5.1 cm) Photograph by Tom Barratt, courtesy Pace Gallery

 

reageer
Mu.ZEEStad aan Zee OostendeWest-Vlaanderen de gedreven provincieFlanders State of the ArtComitee Mu.ZEEKlaraMu zee um
Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen? Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen?