Wordt deze nieuwsbrief niet goed weergegeven? Bekijk deze e-mail in je browser
#5
Mu.ZEERomestraat 11
8400 Oostende
muzee.be

Waar is het museum voor moderne kunst? (deel 2)

“The great thing about museums, it’s a safe space for unsafe ideas. That’s what I like to believe, if you do it right.” (Fred Wilson)

Wanneer heb je Les Demoiselles d’Avignon van Pablo Picasso voor de eerste keer gezien? Was dat op televisie, in een boek of op een computerscherm? Het is ondertussen een clichématige redenering, maar die eerste keer zal zo goed als zeker via een reproductie zijn geweest. Ga naar Google, typ de titel en klik op afbeeldingen. Met de opkomst van het bewegend beeld bij de start van de twintigste eeuw begint ook de reproductie aan zijn duizelingwekkende opgang. Dat maakt ze bijna even oud. Het origineel, het schilderij, hangt in het MoMA te New York. De kans is groot dat je alleen met het schilderij kan zijn, dat je een ‘één op één’ ervaring met het bekende kunstwerk kan hebben, en dat ondanks de miljoenen museumbezoekers op jaarbasis. De collectie blijft altijd minder populair, minder sexy dan de tijdelijke tentoonstellingen.

Het schilderij hangt er ook alleen en dan bedoel ik zonder uitleg of context. Waarom is de titel niet Les Demoiselles d’Afrique? (Avignon en Afrique tellen elk zeven letters). De twee figuren rechts zijn duidelijk gekopieerd van sculpturen afkomstig van het Afrikaanse continent. Ik schrijf met opzet niet ‘geïnspireerd’, maar gebruik de term ‘gekopieerd’. Het is minder een aanval op Picasso – want dan komen we opnieuw in de buurt van clichés, en meer om de mogelijkheid van een ander perspectief, een ander verhaal (eindelijk) toe te laten.

Hoe kunnen we het denken op gang zetten? Wat als een mogelijk ander begin van de moderne kunst bij Pygmee-vrouwen in de Ituri-regio (in de huidige Democratische Republiek Congo) is te vinden, en meer precies, bij hun tekeningen op bastvezeldoek? Waar is dan het museum voor moderne kunst?

Bezoekers geloven wat ze lezen in een museum. Denk daarbij vooral aan het titelkaartje of de wandtekst. Musea kunnen ook ‘eufemismen’ gebruiken om de ware toedracht van een object of kunstwerk te verzachten. Hoeveel weten ze eigenlijk over de kunstwerken in hun collecties? Deze en andere vragen en observaties komen van Fred Wilson. Zijn kunstwerken ontstaan altijd door te zoeken in de museumdepots, door vragen te stellen, zelfs een wandelganggesprek kan bij manier van spreken een beginpunt zijn. De uitkomst levert bij de kijker vaak een wissel van perspectief op, en een niet altijd mooie blik op een vaak eurocentrische blinde vlek, of erger. Volgens de kunstenaar is het museum een veilige plaats voor onveilige ideeën. Wie mag of kan onveilige ideeën in het museum zichtbaar maken? De vraag is niet onbelangrijk, want ideologische kaders kunnen vanuit verschillende richtingen opgelegd worden of hun oorsprong hebben. Fred Wilson geeft aan nooit te vergeten dat hij een buitenstaander is.

De sprong van de postkoloniale context en dekolonisatieprocessen naar een transcultureel debat blijft ook vandaag in het museumlandschap een ingewikkelde kwestie. Wat zijn de blinde vlekken in het aankoopbeleid (toen en nu)? Vandaag gaat bij de verwerving een schilderij van Rembrandt automatisch naar het Louvre en een foto van Sammy Baloji vreemd genoeg nog altijd naar het Musée Le Quai Branly te Parijs. Of nog en anders, vanuit inhoudelijke hoek: een studie van het schilderkunstig en surrealistisch oeuvre van Jane Graverol laat ons op fascinerende manier over onze koloniale blik in de jaren vijftig nadenken. We kunnen vandaag zoveel werelden met steeds weer nieuwe tijdelijke punten verbinden. Voorbij de reproductie, tussen de ambtelijke breuklijn modern en hedendaags, brengt internet een horizontaal kennisveld. Het is dan ook een vraagteken waarom het nog zo weinig in onze museale instituten gebeurd. Het begrip transcultureel betekent, naast twee of meer culturen omvattend, vooral de mogelijkheid om ‘in’ en ‘door’ contexten te navigeren? En zoals onlangs door de redactie in het Grenzenloos-themanummer van OASE (over transculturele praktijken in architectuur en stedenbouw) wordt opgemerkt: “Het blijft van cruciaal belang om uit te zoeken hoe kritische posities in de praktijk kunnen worden ontwikkeld, waarbij moet worden erkend dat de notie ‘transculturele uitwisseling’ haar oorsprong juist heeft in de ongelijkheid van relaties”.

Het laatste citaat mag al iets ingewikkelder klinken, we proberen de opgeworpen vragen en kritische denkpistes in Mu.ZEE en in onze omgang met kunstwerken te vertalen. Waarom doen we dat eigenlijk? Misschien omdat het museale hart wat tactvoller mag worden. Hoe doen we dat eigenlijk? Hierna volgen twee voorbeelden van toekomstige samenwerkingen en onderzoeksvelden.

Met de Amerikaanse kunstenaar Richard Tuttle voeren we een dialoog over het kleurgebruik van James Ensor. In de tentoonstelling waaraan hij voor Mu.ZEE werkt zal hij zijn denkbeelden over ‘echte’ kleur naar voren brengen; hoe Ensor in zijn schilderijen en verfgebruik een kritiek formuleert over de splitsing tussen het mechanische en het menselijke, daar waar zijn tijdgenoten zich tot de splitsing proberen te verhouden. Tuttle formuleert het in één van zijn e-mails als volgt: “Ensor is able to separate the paint from the color.  The color becomes real. This is why he could say, the impressionists could neither understand light nor color.” In de tentoonstelling mag je naast Tuttle’s kunstwerken, de schilderpaletten van Ensor onder meer ook kralen sieraden van de Masai en Navajo-textielen verwachten.

Vanaf eind januari tonen we een nieuwe bruikleen van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren. De volgende twaalf maanden worden kunstenaars, schrijvers en andere denkers uitgenodigd om te reageren op de lijnvoering en de tekens op een stuk Mangbetu of Mbuti-textiel. In een eerste presentatie brengen werken uit de collectie van Guy Mees, Bernd Lohaus, Kasper Bosmans en Marthe Wéry een eerste ‘veldwerk’-oefening op gang.

“Without women, you’ll never know what abstraction is”, vertelde Agnes Martin tijdens een autorit aan Richard Tuttle. Alleen al deze uitspraak zou het begin van een collectiepresentatie in Mu.ZEE kunnen worden en een mogelijke hertekening van de moderne kunstgeschiedenis. Ik denk aan de beeldtaal van de Pygmee-vrouwen en het begin van een song van The Fall: “There's always work in progress. You're always in work in progress”. Hedendaagse kunst is het DNA van Mu.ZEE. Hedendaagse kunst is ‘eigen’ aan de manier waarop de kunstcollecties van de Provincie West-Vlaanderen en de Stad Oostende zijn ontstaan en doorheen de jaren steeds verder zijn gegroeid. Een museum voor moderne kunst groeit altijd vanuit een nu.

 

Oostende, 18 februari 2016

 

Phillip Van den Bossche

Beeld : Mangbetu, Uele, Province Orientale, DR Congo (oorsprong, maakster en jaartal nog onbekend) Textiel, bastvezeldoek, kleurpigment 80,5 x 73 cm Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Tervuren, EO.1951.25.69

 

reageer
Mu.ZEEStad aan Zee OostendeWest-Vlaanderen de gedreven provincieFlanders State of the ArtComitee Mu.ZEEKlaraMu zee um
Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen? Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen?